Ga naar de inhoud
staatsschulddoor EU Debt Map Research

Staatsschuld in de EU: vier landen hebben samen 71,1%

Frankrijk, Italië, Duitsland en Spanje hadden eind juni 2026 samen €11,49 biljoen overheidsschuld. Hun aandeel in het EU-landentotaal is iets lager dan vijf jaar eerder.
Een groep bezoekers op een plein voor een glazen Europees parlementsgebouw, in een redactionele illustratie
AI-gegenereerde redactionele illustratie, geïnspireerd op het Europees Parlement in Brussel.

Frankrijk, Italië, Duitsland en Spanje hadden eind juni 2026 samen €11,49 biljoen overheidsschuld. Dat is 71,1% van de opgetelde schuld van alle 27 EU-landen. Hun aandeel was vijf jaar eerder nog iets groter, ook al stond er toen minder schuld uit.

De berekening van EU Debt Map gebruikt de voorlopige kwartaalcijfers die Eurostat op 21 oktober publiceerde. We tellen per land de schuld van de hele overheid op, inclusief regionale en lokale overheden. Samen is dat €16,16 biljoen op 30 juni 2026. Eén biljoen is duizend miljard. Het gaat om uitstaande overheidsschuld, niet om private schulden of het begrotingstekort van dat jaar.

Welke EU-landen hebben de meeste schuld in euro’s?

Frankrijk heeft de grootste schuldvoorraad van de EU, gevolgd door Italië, Duitsland en Spanje. Samen nemen deze vier grote economieën ruim zeven tiende van het opgetelde bedrag voor hun rekening.

Frankrijk

€3.595,5 miljard22,3% van de opgetelde EU-27-schuld

Italië

€3.208,5 miljard19,9% van de opgetelde EU-27-schuld

Duitsland

€2.924,7 miljard18,1% van de opgetelde EU-27-schuld

Spanje

€1.762,9 miljard10,9% van de opgetelde EU-27-schuld

De overige 23 landen hebben samen €4,67 biljoen schuld, of 28,9% van de som. Het gezamenlijke aandeel van 71,1% is berekend met ongeronde bedragen. De vier afzonderlijk afgeronde percentages tellen daardoor niet precies op tot dat percentage.

Op het overzicht van de EU-schuld en de verdeling per land kun je de bedragen van alle 27 landen bekijken en de vijfjaarstrend volgen. De verdeling toont daar steeds het nieuwste beschikbare kwartaal; deze analyse houdt eind juni 2026 als peildatum aan.

Hun aandeel is iets lager dan vijf jaar geleden

Een groot aandeel betekent nog niet dat de schuld zich steeds sterker bij dezelfde landen concentreert. In het tweede kwartaal van 2021 hadden deze vier landen samen €9,33 biljoen schuld. Tegenover een EU-landentotaal van €12,94 biljoen was dat 72,1%.

Vijf jaar later was hun schuld met ongeveer €2,16 biljoen gestegen, maar hun aandeel gedaald naar 71,1%. Dat is circa één procentpunt minder. De overige 23 landen wegen dus iets zwaarder in het totaal dan in 2021.

Voor deze vergelijking gebruiken we dezelfde vier landen en dezelfde herziene Eurostat-reeks. De bedragen zijn nominaal: er is niet gecorrigeerd voor inflatie. Bij EU-landen buiten de eurozone kunnen ook wisselkoersbewegingen het bedrag in euro’s beïnvloeden. Uit deze verschuiving alleen volgt geen oordeel over de betaalbaarheid van de schuld.

Een grote schuld is niet hetzelfde als een hoge schuldquote

Duitsland en Italië laten zien waarom het bedrag maar een deel van het verhaal vertelt. Duitsland had €2,92 biljoen schuld, tegenover €3,21 biljoen voor Italië. De schulden in euro’s liggen veel dichter bij elkaar dan de verhouding tot hun economieën: 63,4% van het bbp in Duitsland en 139,9% in Italië.

De schuldquote deelt de overheidsschuld door het bruto binnenlands product, de waarde van de geproduceerde goederen en diensten. Eurostat gebruikt bij de kwartaalquote het bbp over de laatste vier kwartalen. Zo wordt de schuld afgezet tegen de omvang van de economie, in plaats van alleen grote bedragen te rangschikken.

Wie de relatieve schuldenlast wil vergelijken, heeft daarom meer aan de Europese schuldquotes. Ook die geven op zichzelf geen volledige beoordeling van het financiële risico. Het aandeel van een land in de opgetelde EU-schuld beantwoordt nog een andere vraag: hoeveel weegt zijn schuldvoorraad in dat totaal?

Voor welk EU-totaal geldt de 71,1%?

De som van €16,16 biljoen is geen schuld van één Europese schatkist. Elk land heeft zijn eigen overheden en uitstaande leningen. Het zijn hier de schulden van die overheden die we vergelijken, niet de landen die hun geld hebben uitgeleend.

Eurostat publiceert daarnaast een geconsolideerd EU-aggregaat van ongeveer €15,95 biljoen. Daarbij wordt rekening gehouden met leningen tussen EU-overheden. Daarom is dat bedrag lager dan de eenvoudige som van nationale schuldstanden. Voor onze aandelen gebruiken we consequent die nationale som, zowel in 2021 als in 2026.

De Europese Commissie leent ook zelf namens de EU, onder meer voor NextGenerationEU. Dat is een andere afbakening dan de hier opgetelde nationale overheidsschulden. Het cijfer van €16,16 biljoen is dus niet de eigen schuldvoorraad van de Commissie.

Hoe verhoudt dit zich tot de Amerikaanse staatsschuld?

Voor een vergelijking met Amerika moeten de peildatum, valuta en overheidslagen zichtbaar blijven. De veelgebruikte Amerikaanse federale schuld omvat een andere groep overheidsverplichtingen dan de Europese cijfers voor de hele overheidssector. Alleen dollars omrekenen maakt die afbakeningen niet gelijk.

De Amerikaanse Treasury-reeks die de Federal Reserve Bank of St. Louis via FRED publiceert, geeft voor eind juni 2026 $39,46 biljoen federale schuld. Daarin zitten ook verplichtingen aan federale overheidsfondsen. Het is geen optelling van alle afzonderlijke schulden van Amerikaanse staten en gemeenten.

Met de ECB-referentiekoers van diezelfde dag, $1,1394 per euro, komt dat neer op ongeveer €34,63 biljoen. Daarnaast staan de €16,16 biljoen opgetelde EU-overheidsschuld en de €11,49 biljoen van de vier grootste nationale schuldvoorraden. De datum en valuta sluiten nu aan; het verschil in overheidsdekking en consolidatie blijft bestaan.

Deze bedragen geven een indruk van de schaal. Ze bewijzen niet welk gebied veiliger kan lenen of welke schuld onhoudbaar is. Onze uitleg over de schuldruimte van de VS en Europa gaat verder in op de verschillen tussen hun financieringsstelsels.

Van het totaal naar het land

De vier grootste schuldvoorraden bepalen een groot deel van het Europese bedrag, maar daarachter zitten verschillende economieën en begrotingen. Een vergelijking wordt nuttiger wanneer je na het totaal ook de schuldquote en de ontwikkeling van het afzonderlijke land bekijkt.

Begin op de EU-schuldpagina met de verdeling en open vervolgens het land dat je wilt onderzoeken. Controleer daarbij het kwartaal: nieuwe cijfers kunnen de bedragen en aandelen veranderen, terwijl deze berekening een vast meetmoment beschrijft.

Bronnen, berekeningen en verantwoording

Bronnen gecontroleerd op 3 november 2026. De concentratie en de vijfjaarsvergelijking zijn eigen berekeningen van EU Debt Map met de lokaal opgeslagen Eurostat-reeks van 21 oktober. Nationale bedragen zijn binnen de eigen overheidssector geconsolideerd; de som is niet geconsolideerd tussen EU-landen. De Amerikaanse kwartaalstand is federale schuld, omgerekend tegen de ECB-referentiekoers op 30 juni 2026.

Dit artikel is met AI onderzocht en geschreven en in afzonderlijke bron-, reken- en taalcontroles nagekeken. Er is geen onafhankelijke menselijke of moedertaalredactie uitgevoerd. Het beeld is een AI-gegenereerde redactionele illustratie en toont geen vastgelegde bijeenkomst.

Methodologie van EU Debt Map


Bronnen en berekeningen gecontroleerd op 3 november 2026. Voorlopige Eurostat-schuldstanden op 30 juni 2026; de opgetelde nationale schulden verschillen van het geconsolideerde EU-aggregaat. Concentratie en vijfjaarsverschil zijn eigen berekeningen binnen dezelfde oktoberreeks. De Amerikaanse vergelijking betreft federale schuld op dezelfde peildatum, omgerekend met de ECB-referentiekoers.

Meer artikelen

Analyses en data die je mogelijk hebt gemist

Een persoon met een fiets op een rustig plein voor een modern Nederlands overheidsgebouw
22 oktober 2026

Staatsschuld Nederland stijgt met €6,4 miljard in tweede kwartaal

De Nederlandse overheidsschuld steeg naar €523,8 miljard. Toch bleef de schuld ten opzichte van de economie vrijwel stabiel. Dit laten de nieuwe Eurostat-cijfers zien.

Een anonieme winkelende vrouw vergelijkt boodschappen in een moderne Nederlandse supermarkt
4 oktober 2026

Opinie: minder inflatie is nog geen verlichting aan de kassa

De Nederlandse inflatie liep in september op naar 3,0%. Dat is ver onder de piek van 2022, maar hoge prijzen verdwijnen niet. Waarom we koopkracht niet met één percentage moeten beoordelen.

Een hoge dalende stapel Griekse schulddossiers tegenover een lagere oplopende Franse stapel met een balans ertussen
27 september 2026

Staatsschuld Griekenland 2026: wordt Frankrijk het nieuwe Griekenland?

De Griekse staatsschuld bedroeg eind juni 2026 €358,6 miljard, of 140,8% van het bbp. De quote daalt, terwijl de Franse stijgt. Waarom die vergelijking geen voorspelling van een nieuwe Griekse crisis is.

Schulddossiers van EU-landen rond een centraal overzicht met verschillende muntstapels
28 april 2026

EU-schuldenlast 2026: welke landen hebben de hoogste schuldquote?

Eurostats cijfers voor eind juni 2026 zetten Griekenland op 140,8%, Italië op 139,9% en Frankrijk op 119,1% van het bbp. Vergelijk de niveaus én hun ontwikkeling.

Houten figuren, nationale financiële dossiers en verschillende muntstapels als beeld voor EU-staatsschuld per inwoner
21 januari 2026

EU-staatsschuld per inwoner in 2026: België, Italië en Frankrijk bovenaan

De EU-staatsschuld bedroeg eind juni 2026 ongeveer €35.700 per inwoner volgens onze berekening met Eurostat-data. Vergelijk alle 27 landen en begrijp de peildata.

Een anonieme voetganger op een glazen loopbrug tussen gebouwen in een Nederlands aandoend bestuurskwartier
6 januari 2026

Staatsschuld Nederland 2026: €523,8 miljard en hoe de live teller werkt

De Nederlandse overheidsschuld bedroeg eind juni €523,8 miljard. De live teller loopt weer op. Zo werkt de berekening, en dit zegt zij niet over de begroting.