Opinie: de inflatie is bijna normaal, maar onze angst is dat nog niet

We zijn inflatie gaan volgen alsof ieder nieuw cijfer een rookmelder is. Dat is begrijpelijk na de schok van 2022, maar het vertroebelt ook ons oordeel. Volgens de Europese meetmethode van Eurostat was de Nederlandse inflatie in augustus 2026 2,8%. Dat is niet exact hetzelfde als vóór corona, maar wel weer dezelfde orde van grootte: in augustus 2019 was het 3,1%.
Toch zal bijna niemand zeggen dat inflatie weer normaal voelt. Boodschappen, energie en diensten zijn na de grote prijsstijging niet teruggekeerd naar hun oude niveau. Bovendien hebben corona en de oorlog in Oekraïne ons geleerd dat prijzen plotseling veel harder kunnen stijgen dan we gewend waren. De piek verdween uit de statistiek, maar niet uit ons geheugen.
Mijn stelling: de actuele inflatie is bijna genormaliseerd; onze aandacht voor inflatie nog niet. We verwarren een blijvend hoger prijsniveau vaak met een nog altijd uitzonderlijk hoog inflatietempo.
Het cijfer is weer herkenbaar, niet perfect normaal
Wie alleen naar de piek kijkt, ziet een spectaculaire terugkeer. De Nederlandse jaarinflatie ging van 17,1% in september 2022 naar 2,8% in augustus 2026. In augustus 2017 was het 1,5%, in augustus 2018 1,9% en in augustus 2019 3,1%. Vlak vóór corona, in februari 2020, stond de reeks op 1,3%.
Daarom zou ik niet beweren dat we exact terug zijn bij februari 2020. Wel is 2,8% veel beter te vergelijken met de rustige jaren vóór de schokken dan met de crisisjaren 2021 tot en met 2023. Het verschil tussen 2,8% en de ECB-doelstelling van 2% verdient aandacht, maar het is geen herhaling van de inflatiecrisis.
Op de tienjaarsgrafiek voor Nederland zie je deze verandering beter dan in één losse headline. Niet alleen de hoogte van de piek valt op, maar ook hoe uitzonderlijk kort die periode was binnen de volledige reeks.
Waarom voelt 2,8% dan nog steeds hoog?
Omdat mensen geen inflatiepercentage afrekenen bij de kassa. We betalen prijzen. En die prijzen liggen nog altijd veel hoger dan enkele jaren geleden. EU Debt Map berekent op basis van de maandmutaties van Eurostat dat het Europees gemeten Nederlandse prijsniveau in augustus 2026 ongeveer 40,3% hoger lag dan in augustus 2016. Sinds februari 2020 bedroeg de cumulatieve stijging ongeveer 33,4%.
Dat maakt het gevoel van consumenten niet verkeerd. Het verklaart juist waarom het actuele percentage en de dagelijkse ervaring uiteenlopen. Een daling van 10% inflatie naar 3% betekent niet dat prijzen teruggaan. Ze stijgen gemiddeld nog steeds, alleen veel langzamer. Een product dat eerst van €100 naar €110 ging en daarna nog 3% duurder werd, kost €113,30. De crisis is uit het groeitempo, niet uit het prijskaartje.
Daar komt bij dat het officiële cijfer een gemiddeld pakket meet. Wie een groot deel van het inkomen uitgeeft aan huur, boodschappen, energie of vervoer, kan een heel andere persoonlijke inflatie ervaren. Vaak gekochte producten blijven bovendien sterker in het geheugen hangen dan een wasmachine die één keer in de tien jaar wordt vervangen. De Europese Centrale Bank noemt dit een belangrijke verklaring voor het verschil tussen gemeten en ervaren inflatie.
De inflatieschok heeft ons gedrag veranderd
Vóór corona was inflatie voor veel mensen achtergrondruis. Het CBS publiceerde de cijfers toen ook, maar een verschil van enkele tienden haalde zelden het dagelijkse gesprek. Na lege schappen, energiecontracten die honderden euro’s duurder werden en een inflatiepiek van 17,1% veranderde het percentage in een waarschuwingssignaal.
Dat is menselijk. Als een risico zich eenmaal zichtbaar heeft voorgedaan, letten we er daarna scherper op. Iedere nieuwe stijging roept de vraag op of de ellende terugkomt. Een cijfer van 2,8% wordt daardoor niet meer vergeleken met 2018 of 2019, maar gevoelsmatig met de belofte dat alles weer goedkoop zou worden. Die belofte heeft alleen nooit in een dalende inflatie gezeten.
Ook media en politiek versterken dit. Inflatie is een eenvoudig cijfer met direct herkenbare gevolgen. Een beweging van 2,7% naar 3,0% levert sneller een alarmerende kop op dan de boodschap dat het tempo historisch gezien weer in een veel rustiger zone ligt. Zo blijven we naar een crisisdashboard kijken, zelfs wanneer de sirene al lang zachter klinkt.
Waakzaamheid is goed, permanente alarmstand niet
Ik pleit er niet voor om inflatie weer te negeren. De periode sinds 2020 heeft juist laten zien hoe snel energieprijzen, aanvoerketens, oorlog en beleid elkaar kunnen versterken. Een nieuwe schok kan opnieuw tot problemen leiden. Centrale banken, overheden en huishoudens moeten daarom beter voorbereid blijven dan zij vóór corona waren.
Maar permanente alarmstand heeft ook een prijs. Als ieder percentage boven 2% als crisis wordt behandeld, verdwijnt het verschil tussen een normale afwijking en een echte ontsporing. Dat kan consumenten onnodig somber maken, loononderhandelingen verharden en politieke maatregelen uitlokken die niet bij de feitelijke situatie passen.
De betere houding is nuchtere waakzaamheid: kijk naar de richting, de duur en de samenstelling van de inflatie. Eén maand zegt weinig. Een breed gedragen versnelling over meerdere maanden zegt meer. En een energiepiek vraagt om een andere reactie dan hardnekkige prijsstijgingen in diensten en lonen.
We moeten drie verschillende vragen uit elkaar houden
- Hoe snel stijgen prijzen nu? Daarvoor gebruik je de jaarinflatie. In augustus 2026 was dat volgens de vergelijkbare Europese maatstaf 2,8% voor Nederland.
- Hoeveel duurder is het leven sinds corona? Daarvoor kijk je naar het cumulatieve prijsniveau. Dat ligt volgens onze berekening sinds februari 2020 ongeveer 33,4% hoger.
- Wat merkt mijn huishouden? Dat hangt af van het eigen uitgavenpatroon, inkomen en de producten die iemand vaak koopt.
Wanneer die drie vragen in één krantenkop worden gepropt, ontstaat verwarring. De eerste vraag laat zien dat het tempo bijna normaal is. De tweede verklaart waarom mensen zich nog steeds armer kunnen voelen. De derde bepaalt waarom de ervaring per huishouden sterk verschilt.
De Europese inflatiekaart helpt vooral bij de eerste vraag. Daar kun je Nederland met het eurogebied en andere EU-landen vergelijken en wisselen tussen één, vijf en tien jaar. Voor de tweede vraag blijft een cumulatieve berekening nodig; de lijnen in de grafiek tonen het jaarlijkse tempo.
Waarom noemt het CBS soms een ander percentage?
Voor augustus 2026 meldde het CBS 3,3% volgens de nationale consumentenprijsindex en 2,8% volgens de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex. Die Europese meetmethode wordt internationaal afgekort als HICP, naar de Engelse naam Harmonised Index of Consumer Prices. EU Debt Map gebruikt deze reeks omdat Eurostat daarmee alle EU-landen volgens dezelfde regels vergelijkt. Volgens het CBS kwam het verschil die maand voor een groot deel doordat consumptie van Nederlanders in het buitenland wel in de nationale CPI zit, maar niet in de HICP.
Beide cijfers kunnen dus correct zijn. Wie over de persoonlijke Nederlandse kostenontwikkeling spreekt, kan de CPI relevant vinden. Wie Nederland met Frankrijk, Duitsland of het eurogebied wil vergelijken, heeft meer aan deze Europees geharmoniseerde reeks.
Is 2,8% nog het nieuwste cijfer?
Het is het nieuwste volledige, definitieve en onderling vergelijkbare cijfer in de huidige EU Debt Map-reeks. Eurostat publiceerde inmiddels een flashraming voor september 2026 van 3,0% voor Nederland en 3,8% voor het eurogebied. Dat zijn voorlopige schattingen. De volledige septemberpublicatie wordt op 16 oktober verwacht.
Ook die flashraming verandert de hoofdstelling niet. Drie procent is hoger dan de doelstelling, maar nog steeds van een totaal andere orde dan de dubbele cijfers van 2022. De vraag is niet of één maand enkele tienden stijgt. De vraag is of een nieuwe, brede en aanhoudende versnelling ontstaat.
Veelgestelde vragen
Is de inflatie terug op het niveau van vóór corona?
Niet exact. In februari 2020 was de volgens Eurostat gemeten Nederlandse inflatie 1,3%. Maar 2,8% in augustus 2026 ligt wel weer in dezelfde orde van grootte als verschillende rustige jaren vóór corona; in augustus 2019 was het bijvoorbeeld 3,1%.
Waarom voelt inflatie dan nog steeds extreem?
Omdat het prijsniveau niet is teruggedraaid, persoonlijke uitgaven kunnen afwijken van het gemiddelde en de uitzonderlijke piek onze aandacht voor prijsstijgingen blijvend heeft aangescherpt.
Zijn prijzen sinds corona 40% gestegen?
Nee. De 40,3% loopt vanaf augustus 2016. Vanaf februari 2020 tot augustus 2026 bedroeg de cumulatieve stijging volgens dezelfde Europese HICP-maandreeks ongeveer 33,4%.
Betekent lagere inflatie dat prijzen dalen?
Nee. Lagere positieve inflatie betekent dat prijzen gemiddeld minder snel stijgen. Alleen bij negatieve inflatie daalt het gemiddelde prijsniveau ten opzichte van een jaar eerder.
Conclusie: de crisis is voorbij, het litteken blijft
Het belangrijkste inflatieverhaal van dit moment is niet dat Nederland nog midden in een uitzonderlijke inflatiecrisis zit. Het is dat een bijna normaal inflatiecijfer nog steeds uitzonderlijk aanvoelt. De schok heeft onze aandacht veranderd en de hogere prijzen houden de herinnering levend.
Die waakzaamheid kan nuttig zijn. Maar zij wordt misleidend zodra we 2,8% behandelen alsof 17,1% elk moment terug is. Kijk naar de tienjaarslijn: het inflatietempo is sterk genormaliseerd. Kijk daarna naar je kassabon: het prijsniveau is dat niet. Pas wanneer we die twee waarheden tegelijk vasthouden, voeren we een eerlijk gesprek over inflatie.
Bronnen en methode
De jaarlijkse en maandelijkse mutaties van de Europees geharmoniseerde consumentenprijsindex (HICP) komen uit Eurostat-dataset prc_hicp_minr. EU Debt Map gebruikt de definitieve reeks tot en met augustus 2026. De cumulatieve uitkomsten zijn eigen berekeningen door de maandmutaties samen te stellen. De nationale CPI-uitleg komt van het CBS. De duiding van ervaren inflatie volgt de uitleg van de Europese Centrale Bank.
- Eurostat: maandelijkse HICP-dataset
- Eurostat: definitieve cijfers augustus 2026
- Eurostat: flashraming september 2026
- CBS: Nederlandse CPI en HICP in augustus 2026
- ECB: gemeten en ervaren inflatie
- Methodologie van EU Debt Map
Meer artikelen
Analyses en data die je mogelijk hebt gemist

Frankrijk moet recordbedrag van €340 miljard lenen: renterekening stijgt naar €72,9 miljard
Frankrijk presenteerde een recordprogramma van €340 miljard aan staatsleningen voor 2027. De schuldlast stijgt naar €72,9 miljard.

Staatsschuld Griekenland 2026: wordt Frankrijk het nieuwe Griekenland?
De Griekse staatsschuld is 143,5% van het bbp, maar daalt snel. Frankrijk staat lager en stijgt. Is Frankrijk werkelijk het nieuwe Griekenland?

Frankrijk verwacht 121,7% staatsschuld: waarom 60% geen harde EU-grens is
Frankrijk verwacht dat de staatsschuld stijgt naar 121,7% van het bbp in 2027. Waarom blijft de schuld groeien en wat betekent de Europese 60%-referentiewaarde werkelijk?

Prinsjesdag 2026: hoe de begroting voor 2027 tot stand komt
Het kabinet heeft een begrotingsakkoord, maar de Rijksbegroting is nog niet aangenomen. Zo lopen Miljoenennota, CPB-doorrekening en parlementaire behandeling.

Prinsjesdagstukken 2026 gelekt: minder bezuinigen, dekking nog onvolledig
Gelekte Prinsjesdagstukken schrappen of vertragen bezuinigingen en voegen uitgaven toe. De bedragen zijn niet optelbaar; tekort en schuld zijn nog onbekend.

€17 miljard extra rente voor Nederland: wat de nieuwe berekening betekent
Een nieuwe raming komt op €17 miljard extra rente tot 2035. Dit is wat het bedrag meet, waarom oude leningen duurder worden en wat nog onzeker is.