Prinsjesdag 2026: waarom de begroting voor 2027 nog niet rond is

Op dinsdag 15 september 2026 presenteert het kabinet de Miljoenennota en Rijksbegroting voor 2027. Op 18 augustus is dat pakket politiek nog niet rond. Het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA moet niet alleen de laatste financiële keuzes maken, maar ook steun buiten de coalitie vinden.
Dat betekent niet dat Nederland zonder geld zit of dat de begroting voor 2026 is stilgevallen. Er ligt al een officiële financiële basis in de Voorjaarsnota. De open vraag is welke plannen voor 2027 in het definitieve pakket blijven, hoe veranderingen worden betaald en welke combinatie van partijen de afzonderlijke begrotingswetten uiteindelijk wil goedkeuren.
Datastand 18 augustus 2026: bevestigd zijn de cijfers uit de Voorjaarsnota, de 66 zetels van de coalitie en het lopende begrotingsproces. Partijwensen en mogelijke tegemoetkomingen zijn nog geen beleid. NOS heeft kerncijfers uit de nieuwe CPB-augustusraming gemeld; het bijbehorende CPB-document was op dit peilmoment nog niet publiek vindbaar. Daarom schrijft dit artikel die cijfers expliciet aan NOS toe.
Wat is er precies nog niet rond?
Bij de uitspraak dat “de begroting niet rond is” lopen drie verschillende zaken door elkaar.
- De berekening: ministeries en het ministerie van Financiën verwerken de nieuwste economische ramingen, uitvoeringsinformatie, mee- en tegenvallers en nieuwe beleidskeuzes.
- Het politieke pakket: D66, VVD en CDA moeten het eens worden over elke aanpassing. Tegelijk willen zij voorstellen doen waarmee oppositiepartijen kunnen instemmen.
- De parlementaire goedkeuring: na Prinsjesdag behandelt het parlement de begrotingswetten. Een vooraf gegarandeerde meerderheid is niet wettelijk vereist, maar zonder voldoende steun wordt de behandeling risicovol.
Premier Jetten heeft aangegeven dat het kabinet eind augustus hoe dan ook een Miljoenennota naar de Raad van State stuurt. Als vooraf geen brede deal lukt, kan het dus een eigen basisbegroting indienen en daarna verder onderhandelen. Dat is wezenlijk anders dan een verworpen begroting.
Waarom is Prinsjesdag 2026 politiek uitzonderlijk?
De drie coalitiepartijen hebben samen 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer. Voor een gewone meerderheid zijn bij volledige bezetting 76 stemmen nodig. Ook in de Eerste Kamer heeft de coalitie geen meerderheid. Daardoor is steun van buiten de coalitie geen luxe, maar noodzakelijk om de begrotingswetten door beide Kamers te krijgen.
De mogelijke partners willen verschillende richtingen op. Pro wil de voorgenomen ingrepen in de sociale zekerheid schrappen en zoekt meer dekking bij de allerrijksten. JA21 wil juist extra bezuinigingen en lastenverlichting, waaronder een lagere “vrijheidsbijdrage” voor defensie. Volgens de NOS waren de verschillen na de eerste gespreksdag op 17 augustus nog groot.
Daar komt een interne beperking bij: veranderingen in het coalitieakkoord kunnen alleen als D66, VVD en CDA alle drie instemmen. Het kabinet zoekt dus tegelijkertijd naar overeenstemming binnen de coalitie, financiële dekking én voldoende stemmen aan de linker- of rechterkant van het parlement.
Hoe krap is de financiële uitgangspositie?
De Voorjaarsnota is de officiële begrotingsbasis vóór de Miljoenennota 2027. Daarin rekent het ministerie van Financiën voor 2027 met een tekort van 2,9% van het bbp en een schuldquote van 48,0%. Beide liggen binnen de Europese referentiewaarden van 3% voor het tekort en 60% voor de schuld, maar vooral bij het tekort is de afstand in deze raming klein.
| Jaar | Begrotingssaldo | Overheidsschuld | Nominaal bbp |
|---|---|---|---|
| 2026 | −2,5% bbp | 46,6% bbp | €1.232 mld. |
| 2027 | −2,9% bbp | 48,0% bbp | €1.276 mld. |
| 2030 | −2,1% bbp | 49,4% bbp | €1.431 mld. |
De Voorjaarsnota vermeldt voor 2027 een tekort van €37,1 miljard. De afstand tot de 3%-referentiewaarde is op basis van de afgeronde cijfers 0,1 procentpunt, grofweg €1,2 tot €1,3 miljard. Dit is nadrukkelijk geen vrij besteedbare begrotingsruimte.
Er is ook een nieuwere, voor het begrotingssaldo gunstiger inschatting. NOS meldde op 14 augustus op basis van de CPB-augustusraming voor 2027 een economische groei van 1,2%, een overheidstekort van 2,1% en een mediane koopkrachtdaling van 0,3%. Dit zijn ramingscijfers vóór het definitieve Prinsjesdagpakket en geen vastgestelde uitkomst.
Het verschil tussen 2,9% bij Financiën en de door NOS gemelde 2,1% is geen nieuwe geldpot. De ramingen hebben verschillende peildata en aannames; de precieze aansluiting met de nog niet openbare augustusraming kan daarom niet worden gecontroleerd. Bij de eerdere vergelijking tussen het CPB-CEP en de Voorjaarsnota verklaarde onderuitputting een groot deel van het verschil. De Raad van State waarschuwde dat verwachte onderuitputting niet als betrouwbare dekking voor nieuw beleid mag worden gebruikt. Ook kijken de Europese regels naar het meerjarige uitgavenpad, niet alleen naar de 3%-grens.
De schuldquote biedt meer afstand tot 60%, maar beweegt in de kabinetsraming wel omhoog. Bovendien maken vergrijzing, defensie, hogere rentelasten en investeringsopgaven de jaren na 2027 belangrijker dan één grenswaarde op één moment.
Over welke keuzes botsen kabinet en oppositie?
Zorg en het eigen risico
Het coalitieakkoord gaat ervan uit dat het eigen risico in 2027 niet wordt verlaagd, wordt geïndexeerd en daarbovenop met €60 stijgt. De extra verhoging heeft een taakstellende opbrengst van €1 miljard. In de Voorjaarsnota is voor 2027 €584 miljoen minder zorggebruik en €437 miljoen meer ontvangsten geraamd. Wordt het plan geschrapt of verzacht, dan moet binnen de gekozen begrotingsregels andere dekking worden gevonden.
Sociale zekerheid
Het kabinet hield in juni vast aan een langetermijndoel om richting 2060 ongeveer €6,5 miljard te besparen; binnen deze kabinetsperiode gaat het volgens premier Jetten om circa €2 miljard. Het oorspronkelijke pakket omvatte maatregelen rond WW en WIA en een andere koppeling van de AOW-leeftijd, maar die concrete AOW-maatregel is ingetrokken en het kabinet zoekt daarvoor alternatieven. Dit is dus geen directe korting van €6,5 miljard in 2027. De Voorjaarsnota toont bij de coalitieakkoordmaatregelen op sociale zekerheid voor 2027 per saldo juist een saldobelastend effect van €0,5 miljard ten opzichte van het basispad; grotere besparingen waren vooral voor latere jaren ingeboekt. Juist die langetermijnmaatregelen stuiten op weerstand bij oppositiepartijen en sociale partners.
Defensie, onderwijs en de vrijheidsbijdrage
Voor 2027 hebben de coalitieakkoordmaatregelen in de categorie defensie, geopolitiek en Oekraïne per saldo een saldobelastend effect van €2,5 miljard; voor onderwijs en media is dat €1,1 miljard. Aan de inkomstenkant staat in hetzelfde jaar een vrijheidsbijdrage van €1,5 miljard voor burgers en €1,5 miljard voor bedrijven. Vanaf 2028 loopt die gezamenlijke opbrengst volgens de Voorjaarsnota op tot €5,1 miljard per jaar. De precieze vormgeving kan gevolgen hebben voor nettolonen en arbeidskosten, maar die effecten moeten opnieuw worden berekend zodra het definitieve pakket vaststaat.
Vier routes om de begroting politiek te sluiten
Onderstaande scenario's zijn een eigen analyse van de begrotingsmechaniek, geen voorspelling van de uitkomst. In de praktijk kan het kabinet onderdelen combineren.
“Een plan schrappen” en “de begroting verbeteren” zijn dus niet automatisch hetzelfde. Als een bezuiniging vervalt zonder vervangende dekking, verslechtert het saldo. Wordt zij volledig vervangen, dan kan het EMU-saldo gelijk blijven terwijl de verdeling ingrijpend verandert. Binnen de begrotingsregels zijn inkomsten en uitgaven echter afzonderlijke kaders: extra uitgaven worden normaal met lagere uitgaven gedekt, terwijl lastenmaatregelen aan de inkomstenkant worden gecompenseerd. Bij het eigen risico kan een wijziging beide kanten raken.
Wat kunnen huishoudens en bedrijven hiervan merken?
Zolang de onderhandelingen lopen, verandert er niet direct iets aan een uitkering, belastingtarief of zorgrekening. De relevante gevolgen ontstaan pas als maatregelen in het Belastingplan, de begrotingswetten en waar nodig afzonderlijke wetsvoorstellen of regelingen worden vastgelegd en de vereiste parlementaire goedkeuring krijgen.
Op Prinsjesdag zijn vooral deze onderdelen belangrijk:
- Koopkracht: aanpassingen van belastingschijven, heffingskortingen, toeslagen en premies bepalen samen met lonen en prijzen het uiteindelijke beeld. De door NOS gemelde CPB-basis is −0,3% in doorsnee, maar nieuw beleid kan dit veranderen.
- Zorg: de hoogte van het eigen risico en het effect daarvan op zorgpremies en zorggebruik.
- Werk en uitkeringen: de timing en vormgeving van WW- en WIA-hervormingen.
- Bedrijven: de werkgeversbijdrage voor defensie, arbeidskosten en de timing van publieke investeringen.
- Publieke voorzieningen: welke uitgaven aan defensie, onderwijs, wonen, infrastructuur en stikstof daadwerkelijk uitvoerbaar zijn.
Een gemiddeld koopkrachtcijfer vertelt niet wat ieder huishouden merkt. De uitkomst kan sterk verschillen naar inkomen, leeftijd, gezinssamenstelling, huur- of koopwoning en zorggebruik. Daarom is het verstandiger om de openbare CPB-doorrekening van het definitieve pakket af te wachten dan om nu bedragen per huishouden te voorspellen.
Wat betekent dit voor de Nederlandse staatsschuld?
Het nieuwste officiële meetpunt is €517,377 miljard aan Nederlandse EMU-schuld aan het einde van het eerste kwartaal van 2026, gelijk aan 43,8% van het bbp. Dat is een gemeten kwartaalstand. De 48,0% voor eind 2027 is een raming en bevat aannames over tekorten, economische groei en financiële transacties.
Als politieke concessies volledig worden betaald met andere bezuinigingen of inkomsten, hoeft de schuld daardoor niet hoger uit te komen dan in het basispad. Als structurele dekking ontbreekt, moet de overheid doorgaans meer lenen. Toch is het verband niet exact één-op-één: leningen aan staatsbedrijven, verkoop van financiële bezittingen, kasbeheer en herzieningen kunnen de schuld veranderen zonder een even groot effect op het begrotingssaldo.
Bekijk de actuele Nederlandse staatsschuld en schuldquote voor het recentste meetpunt en de live modelschatting. In onze uitleg over de Nederlandse staatsschuld in 2026 staat waarom een kwartaalstand en een jaareindeverwachting van elkaar kunnen afwijken. Het verschil tussen begrotingstekort en staatsschuld helpt om de jaarlijkse geldstroom en de opgebouwde schuld uit elkaar te houden.
Wat als er vóór Prinsjesdag geen akkoord is?
Geen voorakkoord is nog geen institutionele crisis. Het kabinet kan een eigen voorstel presenteren en tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, Financiële Beschouwingen en afzonderlijke begrotingsbehandelingen verder zoeken naar meerderheden. De Tweede Kamer kan begrotingen bovendien amenderen.
Een latere verwerping van een begrotingswet is veel ernstiger, maar ook dan ontstaat geen Amerikaanse “shutdown”. De Raad van State heeft uitgelegd dat eerder aangegane verplichtingen niet simpelweg verdwijnen en dat de regering een nieuw begrotingsvoorstel mag indienen. Tussen de verwerping en de indiening van een nieuw voorstel bestaat wel een begrotingsloze periode zonder voorafgaande parlementaire machtiging; uitgaven in die periode zijn comptabel onrechtmatig. Daarom moet die periode zo kort mogelijk blijven.
Politiek kan zo'n verwerping zwaar wegen en leiden tot het vertrek van een minister of een kabinetscrisis, maar het kabinet valt niet automatisch door één verloren stemming. Verwerping is bovendien uitzonderlijk: in Nederland is dat al meer dan een eeuw niet gebeurd.
De tijdlijn naar de begroting van 2027
- Tweede helft augustus: kabinet en oppositie bespreken prioriteiten, dekking en mogelijke steun.
- Eind augustus: het kabinet rondt de ontwerpstukken af en stuurt de Miljoenennota naar de Raad van State.
- 15 september 2026: Prinsjesdag, met de aanbieding van Miljoenennota, Rijksbegroting en Belastingplan 2027.
- Najaar 2026: politieke en financiële beschouwingen en behandeling van de afzonderlijke begrotingswetten.
- Voor 1 januari 2027: doel is goedkeuring door Tweede en Eerste Kamer, zodat de begrotingen bij de start van het jaar gelden.
Conclusie
De begroting voor Prinsjesdag 2026 is op 18 augustus vooral politiek nog niet rond. Er bestaat een officiële financiële basis, maar het minderheidskabinet heeft geen eigen meerderheid en de verschillen over zorg, sociale zekerheid, belastingen en defensie zijn groot.
Voor Nederland zijn drie zaken belangrijk. Welke maatregelen raken koopkracht en voorzieningen? Worden concessies volledig gedekt? En hoe verwerkt het kabinet de nieuwere economische inzichten? Financiën raamde in de Voorjaarsnota een tekort van 2,9% voor 2027; NOS meldt op basis van de augustusraming van het CPB 2,1%. Dat voor het begrotingssaldo gunstiger cijfer neemt de verdelingskeuzes en waarschuwingen over de langere termijn niet weg. De definitieve dekking bepaalt mede of de begroting de Nederlandse staatsschuld sterker laat oplopen.
Bronnen en methodiek
De politieke status is gebaseerd op openbare verklaringen en NOS-verslaggeving tot en met 18 augustus 2026. De officiële begrotingsbasis en meerjarenbedragen komen uit de Voorjaarsnota 2026. De nieuwere groei-, tekort- en koopkrachtcijfers worden aan NOS toegeschreven zolang het onderliggende CPB-document niet publiek vindbaar is. De officiële schuldstand komt van Eurostat. Afgeleide eurobedragen zijn door EU Debt Map berekend uit de gepubliceerde bbp-percentages en het nominale bbp, met afronding.
- NOS: status van de begrotingsgesprekken op 17 augustus 2026
- NOS: kerncijfers uit de CPB-augustusraming voor 2027
- Ministerie van Financiën: Voorjaarsnota 2026 en Startnota
- Rijksoverheid: uitleg over begrotingsproces en steun zoeken
- Rijksoverheid: toelichting op het socialezekerheidspakket
- Tweede Kamer: debat over alternatieven voor de ingetrokken AOW-maatregel
- Tweede Kamer: positie van het minderheidskabinet
- Raad van State: begrotingsruimte, onderuitputting en houdbaarheid
- Eurostat: Nederlandse EMU-schuld in Q1 2026
- Raad van State: gevolgen van een verworpen begroting
- Methodologie van EU Debt Map
Meer artikelen
Analyses en data die je mogelijk hebt gemist

Staatsschuld Nederland 2026: €517 miljard en waarom de live teller daalt
De Nederlandse overheidsschuld was eind Q1 2026 €517,377 miljard, of 43,8% van het bbp. Waarom de live teller nu daalt, hoe het model werkt en waarom de jaarprognose toch hoger ligt.

Staatsschuld in de eurozone in 2026: cijfers, trends en risico’s
De schuldquote van de eurozone steeg in Q1 2026 naar 88,9%. Bekijk welke landen kwetsbaar zijn en waarom een hoge schuld niet automatisch een crisis betekent.

Wie bezit de Nederlandse staatsschuld? Buitenland, DNB, banken en pensioenfondsen
Nederland had eind Q1 2026 €517,4 miljard EMU-schuld. Bekijk welk deel bij buitenlandse houders, DNB en banken, pensioenfondsen en andere beleggers ligt.

EU-staatsschuld per inwoner in 2026: België, Italië en Frankrijk bovenaan
Eurostat zet de EU-staatsschuld in het eerste kwartaal van 2026 op circa €35.200 per inwoner. Vergelijk alle 27 landen en lees wat dit cijfer betekent.

EU-schuldenlast 2026: welke landen hebben de hoogste schuldquote?
Eurostats cijfers voor Q1 2026 zetten Griekenland op 143,5% van het bbp, Italië op 138,9% en Frankrijk op 117,6%. Bekijk waar de schuldquote het snelst steeg en wat de cijfers betekenen.

De Europese staatsschuld explodeert niet — maar er verandert iets in 2026
Er is geen acute schuldencrisis in Europa. Maar wie beter kijkt ziet dat de richting langzaam verschuift — en dat kan op lange termijn belangrijker zijn dan de cijfers zelf.