staatsschuld per inwonerdoor EU Debt Map Research

EU-staatsschuld per inwoner in 2026: België, Italië en Frankrijk bovenaan

Eurostat zet de EU-staatsschuld in het eerste kwartaal van 2026 op circa €35.200 per inwoner. Vergelijk alle 27 landen en lees wat dit cijfer betekent.
Isometrische kaart van Europa met inwoners en stapels munten als beeld voor staatsschuld per inwoner

De overheidsschuld van de 27 EU-landen bedroeg in het eerste kwartaal van 2026 samen ongeveer €35.200 per inwoner. Achter dat gewogen EU-gemiddelde zitten grote verschillen: circa €59.100 in België, €53.600 in Italië en €51.200 in Frankrijk, tegenover ongeveer €5.300 in Bulgarije.

Voor deze vergelijking is de voorlopige bruto-overheidsschuld van Eurostat aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 gecombineerd met de Eurostat-bevolking op 1 januari 2026. De berekening maakt zeer grote nationale bedragen beter vergelijkbaar, maar is geen rekening voor iedere inwoner en zegt op zichzelf niet hoeveel schuld een land kan dragen.

Data-update: de schuld betreft de stand van 31 maart 2026 en de bevolking die van 1 januari 2026. Alle uitkomsten zijn afgerond op €100. Het verschil van drie maanden tussen beide peildata wordt expliciet vermeld, zodat de berekening reproduceerbaar blijft.

Belangrijkste uitkomsten

  • De gezamenlijke EU-27-overheidsschuld bedroeg ongeveer €15,91 biljoen, oftewel circa €35.200 per inwoner.
  • België, Italië en Frankrijk waren de enige EU-landen boven €50.000 per inwoner.
  • Oostenrijk en Finland completeerden de top vijf met ongeveer €46.800 en €45.100.
  • Bulgarije had met circa €5.300 het laagste bedrag, gevolgd door Estland met €7.800 en Letland met €11.100.
  • Schuld per inwoner meet de omvang ten opzichte van de bevolking; schuld ten opzichte van het bbp blijft geschikter om de draagkracht van economieën te vergelijken.

EU-staatsschuld per inwoner: alle 27 landen

PositieLandSchuld per inwoner
1België€59.100
2Italië€53.600
3Frankrijk€51.200
4Oostenrijk€46.800
5Finland€45.100
6Ierland€39.100
7Luxemburg€38.200
8Spanje€35.100
9Duitsland€34.800
10Griekenland€34.700
11Nederland€28.500
12Portugal€24.800
13Slovenië€21.700
14Zweden€20.200
15Cyprus€20.200
16Malta€19.500
17Hongarije€18.900
18Denemarken€18.700
19Slowakije€16.000
20Polen€15.700
21Tsjechië€14.300
22Kroatië€14.200
23Litouwen€12.600
24Roemenië€12.000
25Letland€11.100
26Estland€7.800
27Bulgarije€5.300

Berekening: bruto-overheidsschuld aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 gedeeld door de bevolking op 1 januari 2026. Afgerond op €100. Bron: Eurostat.

Waarom België bovenaan staat

België combineerde een overheidsschuld van ongeveer €706,6 miljard met een bevolking van iets minder dan 12 miljoen. Na deling komt dat neer op circa €59.100 per inwoner, het hoogste bedrag binnen de EU-27.

Dat betekent niet dat België de grootste totale schuld heeft. Frankrijk, Italië en Duitsland hebben in absolute euro's meer schuld. België belandt bovenaan doordat die schuld over een veel kleinere bevolking wordt verdeeld. De Belgische schuld bedroeg bovendien 109,1% van het bbp, waardoor ook die tweede maatstaf op een aanzienlijke begrotingsdruk wijst.

Italië en Frankrijk boven €50.000

Italië had ongeveer €3,16 biljoen aan overheidsschuld. Verdeeld over 58,9 miljoen inwoners is dat circa €53.600 per persoon. Frankrijk had met ongeveer €3,54 biljoen de grootste absolute overheidsschuld van de EU. Door de bevolking van 69,1 miljoen kwam Frankrijk uit op ongeveer €51.200 per inwoner.

De ranglijst laat zien waarom bevolkingsontwikkeling meetelt. Als de schuld stijgt terwijl de bevolking daalt, neemt de schuld per inwoner sneller toe. De Italiaanse bevolking was kleiner dan een jaar eerder, terwijl Frankrijk tot de grootste EU-landen naar inwonertal bleef behoren.

Waarom Griekenland niet in de top staat

Griekenland had in het eerste kwartaal van 2026 met 143,5% de hoogste schuld ten opzichte van het bbp, maar stond met circa €34.700 per inwoner rond de tiende plaats. Dat schijnbare verschil ontstaat door de noemer.

Schuld per inwoner deelt de schuld door de bevolking. De schuld-bbp-ratio deelt dezelfde schuld door de omvang van de economie. De Griekse schuld per inwoner lag dicht bij die van Duitsland, maar de Griekse economie produceert per inwoner veel minder. Daardoor is de last ten opzichte van het bbp aanzienlijk zwaarder.

Gebruik daarom ook de EU-ranglijst voor schuld ten opzichte van het bbp en behandel geen van beide cijfers als volledige risicoscore.

Nederland blijft onder het EU-gemiddelde

Nederland had ongeveer €517,4 miljard overheidsschuld en 18,1 miljoen inwoners. Dat komt neer op circa €28.500 per inwoner, onder het gewogen EU-gemiddelde van €35.200.

Het cijfer maakt de schaal inzichtelijk, maar vertelt niet wie Nederlandse staatsobligaties bezit of hoe de schuld zich verhoudt tot financiële bezittingen. De afzonderlijke analyse Wie bezit de Nederlandse staatsschuld? behandelt die onderwerpen uitgebreider.

Wat schuld per inwoner wel laat zien

De maatstaf zet miljarden en biljoenen om in één herkenbare eenheid. Hij laat zien hoe de bevolkingsomvang de betekenis van een absolute schuld beïnvloedt en helpt landen van vergelijkbare grootte naast elkaar te zetten.

De berekening is bovendien eenvoudig te controleren. Deel voor ieder land de bruto-overheidsschuld in euro's door de bevolkingsschatting van Eurostat. Daardoor kan een lezer beide invoerwaarden bekijken en begrijpen waarom de uitkomst verandert.

Wat het cijfer niet laat zien

Overheidsschuld is een verplichting van de staat en wordt juridisch niet verdeeld over individuele inwoners. Niemand ontvangt een persoonlijke rekening voor het getoonde bedrag en een kind wordt niet met een overheidshypotheek geboren.

De maatstaf houdt ook geen rekening met inkomen, vermogen, overheidsbezittingen, rentelasten en economische productie. Een rijkere economie kan mogelijk een hoger bedrag per inwoner dragen dan een armere economie. Voor draagkracht en ontwikkeling blijven ook schuld ten opzichte van het bbp, het begrotingssaldo, rentekosten en de looptijd van de schuld noodzakelijk.

Zo is de berekening gemaakt

  1. Neem voor ieder EU-land de voorlopige bruto-overheidsschuld van Eurostat aan het einde van het eerste kwartaal van 2026.
  2. Neem de totale bevolking op 1 januari 2026 uit Eurostat-dataset demo_gind, indicator JAN.
  3. Deel de schuld in euro's door het inwonertal en rond af op €100.
  4. Tel voor het gewogen EU-gemiddelde eerst de schulden en bevolkingen van alle 27 landen afzonderlijk op.

De peildata voor schuld en bevolking verschillen drie maanden. Dat is een normale beperking wanneer kwartaalcijfers over overheidsfinanciën met jaarlijkse bevolkingsdata worden gecombineerd. Het verschil is klein genoeg voor deze vergelijking, maar hoort wel duidelijk vermeld te worden.

Wanneer volgt de volgende update?

Eurostat heeft de volgende reguliere publicatie over de kwartaaloverheidsschuld gepland voor 21 oktober 2026. EU Debt Map werkt deze ranglijst bij nadat de schuldgegevens over het tweede kwartaal voor alle beschikbare landen zijn gecontroleerd. De bevolkingsnoemer blijft gekoppeld aan 1 januari 2026 totdat Eurostat een nieuwere vergelijkbare jaarstand publiceert.

Conclusie

België had in het eerste kwartaal van 2026 de hoogste EU-staatsschuld per inwoner, gevolgd door Italië en Frankrijk. Bulgarije en Estland hadden de laagste bedragen. De ranglijst maakt de omvang van overheidsschuld ten opzichte van de bevolking zichtbaar, maar is geen huishoudelijke rekening en vervangt de schuld-bbp-ratio niet.

De nuttigste vergelijking combineert drie vragen: hoeveel heeft de overheid geleend, hoeveel inwoners dragen de economie en hoe groot is de schuld ten opzichte van die economie?

Bronnen en methode


De schuld per inwoner is berekend door de bruto-overheidsschuld volgens Eurostat aan het einde van het eerste kwartaal van 2026 te delen door de Eurostat-bevolking op 1 januari 2026. Bedragen zijn afgerond en vormen geen persoonlijke schuld.

Meer artikelen

Analyses en data die je mogelijk hebt gemist